Het curriculum is gericht op de praktijk en wijkt daarom af van de klassieke academische encyclopedie. Het heeft niet de pretentie daar een vervanger voor te zijn, het biedt ook geen alternatief voor opleidingen als Godsdienst Pastoraal Werk. Er wordt gericht toegewerkt naar een rol in de gemeente binnen Molukse of migranten kerken. Dit gebeurt binnen een kleine leergemeenschap, waar voldoende aandacht is voor de individuele (spirituele) ontwikkeling. De eerste twee jaar worden in een rolrooster gegeven, in het derde en vierde jaar is dat deels mogelijk. Mentoraat loopt door de eerste drie jaar heen en gaat in het vierde jaar over in intervisie.
Het programma kent een viertal pijlers:

Theologische vorming: studenten gaan in op de theologische boodschap van het Oude en Nieuwe Testament maar brengen die vooral ook in relatie tot de diverse culturen en contexten die het geloof van hun eigen gemeente hebben gevormd (contextuele theologie). Het bestuderen van systematische theologie vormt studenten in theologische reflectie en analytisch denken.

Kerkdiensten: studenten leren hoe ze op een creatieve manier vormgeven aan een kerkdienst, zodat mensen van verschillende generaties en achtergronden dichter bij God en bij elkaar komen. Belangrijk onderdeel daarvan is het uitleggen van de Bijbel (exegese) en het vertalen van de boodschap naar de context van de eigen gemeente (hermeneutiek). Dit wordt verdiept naar bijzondere vieringen in de eigen geloofsgemeenschap en geoefend in de praktijk.

Pastoraat: studenten ontdekken hoe ze vanuit de verschillende levenssituaties van gemeenteleden kunnen omgaan met pastorale vragen en geestelijke nood. Ze leren dat alles plaatsen in het grotere verhaal van God met mensen. In de eerste twee jaar gaat het om basiskennis pastoraat, gevolgd door  crisispastoraat in het derde jaar en begeleiding in praktijk in het vierde jaar.

Gemeente: studenten krijgen inzicht in manieren om de gemeente op te bouwen en te leiden vanuit het perspectief van de Missio Dei en de methodes van missionaire leiderschap. In het derde en vierde jaar wordt dit verdiept met de methode van waarderende gemeenteopbouw, bestudering van de eigen kerkorde en manieren om binnen de gemeente met ethische vragen om te gaan.

Spiritualiteit: studenten groeien in de loop van de opleiding zelf ook in hun geloof. Ze worden daarbij geholpen in mentoraat (eerste twee jaar) en intervisie (jaar drie en vier). Studenten worden zich door het maken van een spirituele biografie van de eigen spirituele ontwikkeling en motivatie. De module Groeien in Geloof verbreedt dit naar geloofsopvoeding.
Overzicht van de modules
Doordat de eerste twee jaar in een rolrooster worden gegeven, kan elk collegejaar een nieuwe groep inschuiven. Een aantal modules in het derde en vierde jaar kan ook in een rolrooster worden gegeven.
Voor Bijzondere Vieringen en Crisispastoraat is dit niet mogelijk omdat ze voorafgaan aan Praktijk en Reflectie in het vierde jaar.


